maandag 3 september 2007
CDA wil hoorzitting over Wajong
28 augustus 2007 - Nieuws -
CDA kamerlid Eddy van Hijum heeft deze week namens de CDA-fractie aan de voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgesteld om een parlementaire hoorzitting te organiseren over de Wajong, de werk- en uitkeringswet voor jonggehandicapten. Er is voldoende aanleiding om zorgen te hebben over de participatie van jonggehandicapten in de samenleving. Op dit moment hebben ongeveer 156.000 jongeren met een (aangeboren) handicap, chronische ziekte of aandoening een zogeheten Wajong-uitkering. Dit is een uitkering op 70% van het wettelijk minimumloon. Deze groep neemt naar de verwachting van het UWV de komende jaren toe naar 200.000 in 2015 en maar liefst naar 300.000 personen in 2030. Veruit het grootste deel van de Wajong-ers (98%) is op het moment van keuring volledig arbeidsongeschikt verklaard, en is niet in staat om het minimumloon te verdienen. Van Hijum: ‘Dit betekent allerminst dat deze jongeren niets kunnen. Veel jongeren kunnen onder aangepaste omstandigheden en met begeleiding prima functioneren bij een werkgever. Zowel de jongere als de werkgever kunnen hiertoe aanspraak maken op voorzieningen, zoals een ‘jobcoach’, loonaanvulling, premiekortingen en een no-riskpolis bij ziekte.’ Op dit moment werkt slechts 26% van de Wajong-ers, waarvan 9% in een reguliere baan en 18% in de sociale werkvoorziening. Dat is teleurstellend weinig.
Vorige week vrijdag sloeg ook de Sociaal Economische Raad (SER) alarm over de toename van het aantal Wajong-ers in een advies aan het kabinet. ‘Voor het CDA is het van groot belang dat jongeren met een handicap of beperking volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Om het debat over het SER-advies in de Tweede Kamer goed te kunnen voorbereiden, is het goed om alle betrokkenen in een hoorzitting uit te nodigen om hun analyse en oplossingen met de Kamer te delen’, aldus Van Hijum. Wat het CDA betreft zouden in ieder geval de volgende zaken in de hoorzitting aan de orde gesteld moeten worden:
- de oorzaken van de groei van het aantal Wajong-ers;- de toekenning van de Wajong-uitkering en van de status 'structureel functioneel beperkt';- de inspanningen van het speciaal onderwijs om scholieren naar de reguliere arbeidsmarkt te begeleiden;- de mate waarin het voor Wajong-ers financieel loont om de stap naar betaald werk te zetten;- de aantrekkelijkheid voor werkgevers om Wajong-ers in dienst te nemen;- de samenhang tussen de arbeidsparticipatie van Wajong-ers en het bevorderen van de maatschappelijke zelfstandigheid in het kader van de WMO;- de mate van voorlichting aan Wajong-ers over de indicatoren die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de uitkering, zoals het aantal gewerkte uren, het loon, cao-bepalingen, begeleiding op het werk, loonwaarde etc.
Volgens het CDA moet er de komende jaren een trendbreuk worden gemaakt met betrekking tot de (steeds verder dalende) arbeidsparticipatie van jongeren met een handicap of beperking. Overigens zonder daarbij te onderschatten wat het betekent om met handicap, chronische ziekte of andere beperking te moeten leven. ‘Tijdens mijn stage bij het Wajong Arbeids- en Trainingscentrum in Amsterdam op 16 augustus ben ik echter gesterkt in de opvatting dat veel 'Wajongeren' graag willen en kunnen werken - al is het in deeltijd. Dat vraagt onder meer om een goede voorbereiding in het onderwijs, een goede begeleiding op de werkvloer en voorzieningen die het voor werkgevers aantrekkelijk maken om deze jongeren een kans te geven.’
CDA kamerlid Eddy van Hijum heeft deze week namens de CDA-fractie aan de voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgesteld om een parlementaire hoorzitting te organiseren over de Wajong, de werk- en uitkeringswet voor jonggehandicapten. Er is voldoende aanleiding om zorgen te hebben over de participatie van jonggehandicapten in de samenleving. Op dit moment hebben ongeveer 156.000 jongeren met een (aangeboren) handicap, chronische ziekte of aandoening een zogeheten Wajong-uitkering. Dit is een uitkering op 70% van het wettelijk minimumloon. Deze groep neemt naar de verwachting van het UWV de komende jaren toe naar 200.000 in 2015 en maar liefst naar 300.000 personen in 2030. Veruit het grootste deel van de Wajong-ers (98%) is op het moment van keuring volledig arbeidsongeschikt verklaard, en is niet in staat om het minimumloon te verdienen. Van Hijum: ‘Dit betekent allerminst dat deze jongeren niets kunnen. Veel jongeren kunnen onder aangepaste omstandigheden en met begeleiding prima functioneren bij een werkgever. Zowel de jongere als de werkgever kunnen hiertoe aanspraak maken op voorzieningen, zoals een ‘jobcoach’, loonaanvulling, premiekortingen en een no-riskpolis bij ziekte.’ Op dit moment werkt slechts 26% van de Wajong-ers, waarvan 9% in een reguliere baan en 18% in de sociale werkvoorziening. Dat is teleurstellend weinig.
Vorige week vrijdag sloeg ook de Sociaal Economische Raad (SER) alarm over de toename van het aantal Wajong-ers in een advies aan het kabinet. ‘Voor het CDA is het van groot belang dat jongeren met een handicap of beperking volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Om het debat over het SER-advies in de Tweede Kamer goed te kunnen voorbereiden, is het goed om alle betrokkenen in een hoorzitting uit te nodigen om hun analyse en oplossingen met de Kamer te delen’, aldus Van Hijum. Wat het CDA betreft zouden in ieder geval de volgende zaken in de hoorzitting aan de orde gesteld moeten worden:
- de oorzaken van de groei van het aantal Wajong-ers;- de toekenning van de Wajong-uitkering en van de status 'structureel functioneel beperkt';- de inspanningen van het speciaal onderwijs om scholieren naar de reguliere arbeidsmarkt te begeleiden;- de mate waarin het voor Wajong-ers financieel loont om de stap naar betaald werk te zetten;- de aantrekkelijkheid voor werkgevers om Wajong-ers in dienst te nemen;- de samenhang tussen de arbeidsparticipatie van Wajong-ers en het bevorderen van de maatschappelijke zelfstandigheid in het kader van de WMO;- de mate van voorlichting aan Wajong-ers over de indicatoren die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de uitkering, zoals het aantal gewerkte uren, het loon, cao-bepalingen, begeleiding op het werk, loonwaarde etc.
Volgens het CDA moet er de komende jaren een trendbreuk worden gemaakt met betrekking tot de (steeds verder dalende) arbeidsparticipatie van jongeren met een handicap of beperking. Overigens zonder daarbij te onderschatten wat het betekent om met handicap, chronische ziekte of andere beperking te moeten leven. ‘Tijdens mijn stage bij het Wajong Arbeids- en Trainingscentrum in Amsterdam op 16 augustus ben ik echter gesterkt in de opvatting dat veel 'Wajongeren' graag willen en kunnen werken - al is het in deeltijd. Dat vraagt onder meer om een goede voorbereiding in het onderwijs, een goede begeleiding op de werkvloer en voorzieningen die het voor werkgevers aantrekkelijk maken om deze jongeren een kans te geven.’
Aanmelden bij Berichten [Atom]
