zondag 30 december 2007

 

Alevieten

Alevieten (niet te verwarren met Alawieten in Syrië en Libanon) zijn een religieuze stroming binnen de islam. De meeste Alevieten wonen in Turkije.
Inhoud [verbergen]1 Inleiding 2 De geschiedenis van het Alevitisme 3 Het Alevitisme en Bektashisme 4 Een humanistische filosofie 5 Het belang van kennis en ontwikkeling 6 Cem 7 Vier Deuren en Veertig Treden 8 Externe links.
Inleiding
In Turkije wonen zo'n 75 miljoen mensen en ruim 99% van de bevolking is islamitisch. Het merendeel hangt de soennitische tak van de islam aan. Naast de soennieten bestaat er echter nog een andere belangrijke islamitische groep, namelijk de Alevieten. Naar schatting bedraagt hun aantal zo'n 20% van de Turkse bevolking. Dat betekent dat er in Turkije ruim 15 miljoen Alevieten wonen. Hiertoe behoren zowel Turken als Koerden. Het Alevitisme als een wereldbeschouwing, geloofsovertuiging en cultuur heeft zijn oorsprong in de grote volksverhuizingen van Turkse stammen vanuit Centraal-Azië naar Anatolië in de 9e en 10e eeuw. Alevieten (op dat moment was de islam nog niet in Anatolië verspreid), werden waarschijnlijk na de slag om Kerbala door de overlevende Imam bekeerd. Hoewel (wellicht) geen van deze 'Oorsprong'-theorieën met hard bewijs kan worden aangetoond.
De Alevieten hebben hun eigen cultuurbeleving, religieuze uiting en levensbeschouwing. De Alevieten bidden in speciale aangepaste moskeeën, waar ook de vrouwen en kinderen aanwezig kunnen zijn in de gebedsdiensten. De religieus-muzikale diensten staan bekend onder de naam cem (spreek uit: dzjem), of âyîn.
De Alevieten zijn een religieus-culturele minderheid die, niet voor de eerste keer in de Turkse geschiedenis, geconfronteerd wordt met discriminatie in alle takken van het maatschappelijk leven. De Alevieten hebben een niet onbelangrijke rol gehad in de verwording van het Ottomaanse Rijk.
De geschiedenis van het Alevitisme
Het Alevitisme is een sjiitische stroming. Al spoedig na de dood van de profeet Mohammed in de 7e eeuw ontstond er een splitsing in de islam over de kwestie van de opvolging van de profeet. Door de meerderheid van de gelovigen, de Soennieten, werd een opvolger gekozen uit de kringen van de volgelingen. Een deel van de gelovigen, de sjiiten, erkende deze gekozen opvolger echter niet, omdat zij van mening waren dat de opvolger van Mohammed door hem was aangewezen.
Volgens de sjiieten was Ali, neef en tevens schoonzoon van Mohammed, daarom de enige rechtmatige opvolger van de profeet. De naam sjiieten komt uit het Arabische "sji'at Ali", dat "partij van Ali" betekent. Ali is inderdaad een korte tijd kalief (opvolger) geweest, maar werd dit pas nadat drie andere kaliefen hem voor waren gegaan. In 661 is Ali tijdens het gebed omgebracht.
Ook zijn zoon Imam Hoessein is later in een veldslag te Karbala (in het huidige Irak), tezamen met zijn volgelingen, vermoord. De sjiieten herdenken deze gebeurtenis speciaal in de Arabische maand 'Muharrem'. Binnen het sjiitisme zijn er verschillende richtingen. De grootste sjiietische richting erkent een reeks van twaalf rechtmatige imams (opvolgers in de lijn van Mohammed), waarvan Ali de eerste is en zijn zonen Hassan en Hoessein de tweede en derde zijn. De twaalf imams zijn ook voor de Alevieten heel belangrijk. De zesde imam, imam Cafer-i Sadik, heeft voor de Alevieten bovendien een speciale betekenis, omdat hij als eerste het Alevitisme in een boek heeft beschreven.
In de loop van de tijd zijn er tussen het soennisme en het oorspronkelijke alevitisme tal van religieuze verschillen ontstaan. Het Alevitisme werd op de meeste plaatsen onderdrukt, maar bleef als een strijdende stroming voortbestaan en heeft met name in de 14e, 15e en 16e eeuw talloze protestbewegingen gevoerd. Ook de Alevieten in Turkije hebben een lange geschiedenis als minderheid in strijd tegen de staat. In de 15e eeuw kwam onder leiding van sjah Ismail I van de Iraanse Safawiden een belangrijke stroming op die het sjiisme als staatsgodsdienst installeerde in Iran. Deze beweging vond veel aanhang onder een deel van de Anatolische bevolking, de Alevieten.
Door het invoeren van het Sjiisme maakte Ismail veel vijanden bij de omringende landen met het Soennisme. De Alevieten, die Ismail steunden, werden zodoende ook als een bedreiging gezien door de Ottomaanse sultans. Zij werden als staatsgevaarlijk beschouwd. De soennitische leiders waren eeuwen lang bijzonder tolerant geweest ten overstaan van christenen en afwijkende stromingen binnen de Islam, maar van toen af werd het sjiietische-predikers, sommigen afkomstig uit wat nu Iran is, moeilijk gemaakt om te reizen.
De verschillen tussen de Alevitische en sjiietische geloofsbeleving en geloofsuitoefening zijn inmiddels erg groot; in feite verschilt het Alevitisme net zoveel van het sjiisme als van het soennisme.
Het Alevitisme en BektashismeNaast Ali en zijn opvolgers, de twaalf imams, vervult nog een andere heilige een belangrijke plaats in het Alevitisme: Haci Bektas Veli. Haci Bektas Veli is een heilige die in de 13e eeuw leefde. Hij was een derwisj die al wandelend door Anatolië een specifieke - alevitische/bektashische - filosofie verkondigde. Hij won grote aantallen volgelingen onder de Anatolische bevolking. Zijn filosofie was een uitwerking van die van de Alevieten. Hij heeft het bektashisme ontwikkeld tot een moderne leefwijze. Haci Bektas is de grondlegger van de Bektashi-orde. De volgelingen van deze orde worden Bektashi's genoemd.
Het verschil tussen de geloven en gewoonten van Alevieten en Bektashi's is door de eeuwen heen zo klein geworden, dat men tegenwoordig nauwelijks nog van een verschil kan spreken. De meeste mensen beschouwen het Alevitisme en het Bektashisme als een en dezelfde. De leerstellingen en filosofie van Haci Bektas zijn een belangrijk en een geïntegreerd geheel in de Alevitische denk- en leefwijze. Veel van zijn uitspraken hebben een belangrijke plaats gekregen in de opvattingen en het dagelijks leven van de Alevieten.
Een humanistische filosofieHet Alevistisme is geen vastomlijnde leer. De Alevieten zijn niet zozeer gebonden aan allerlei regels en wetten. In Alevitisme staat de mens centraal. Het is een humanistische filosofie. De belangrijkste regels waar Alevieten zich aan moeten houden, zijn dan ook van humanistische en eerbare aard. Een van de belangrijkste grondprincipes van de Alevitische levenswijze is: 'Elk mens accepteren zoals hij/zij is, zonder onderscheid te maken in sekse, kleur, afkomst, geloof enz.' Dit principe wordt elke Aleviet van kinds af aangeleerd.
Een ander zeer belangrijk principe van de Alevieten luidt: 'Beheers je handen, tong en lendenen'. Dit betekent dat de mens zich van al het slechte moet onthouden, zoals: liegen, kwaadsprekerij, stelen en overspel. Om tot God te komen, om God te gedenken, is het noodzakelijk om ook de goddelijke essentie in de mens te erkennen. Daarom staat het geloof in de mens centraal in het Alevitisme. Dit geloof is alleen mogelijk wanneer het er in de samenleving menselijk aan toegaat, dat betekent: democratisch en humanistisch. Imam Ali en Haci Bektas Veli waren een belichaming van deze principes. Het principe 'ieder mens te accepteren en te respecteren zoals hij/zij is', geldt niet in de laatste plaats voor de geloofsbeleving van iemand.
De alevieten hebben een groot respect voor ieders geloof en belijdenis, wat ook zijn of haar overtuiging moge zijn. Want, zoals Haci Bektas Veli heeft gezegd: 'De mens zelf is degene die uiting en richting geeft aan het geloof. De mens is verantwoordelijk voor zichzelf.' De mens moet zelf tot erkenning van God en de natuur komen en daarom kan niemand bijv. vanwege atheïsme veroordeeld en gestraft worden. Iedereen is vrij zijn geloof te beleven zoals hij/zij verkiest; er zijn geen verplichte gebeden en geen vaste regels. Niet God, maar de mens is de wetgever op aarde. Alleen met betrekking tot de religieuze vragen is de Aleviet ondergeschikt aan een geloofswaardige leraar, een dede (let. opa). De mensheid is door God geschapen. Ieder mens is een schepping van god. Vrede en solidariteit, eenheid en broederschap onder de mensen staan bij de Alevieten dan ook hoog in de vaandel.
Het belang van kennis en ontwikkeling
De Alevieten beschouwen ontwikkeling en vooruitgang niet als iets slechts, maar juist als iets wat de mensheid ten goede kan komen. Dat wil zeggen, voor zover deze ontwikkelingen een bijdrage kunnen leveren aan vrede, rechtvaardigheid en een betere relatie tussen de mensen in de wereld. Haci Bektas Veli heeft eeuwen geleden al gezegd: 'de weg die niet langs kennis voert, eindigt in het donker, blij is diegene die licht op deze weg mag werpen'
De Alevieten hechten dan ook veel waarde aan onderwijs. Haci Bektas Veli heeft in een aantal spreuken de nadruk gelegd op het belang vergaren van kennis voor iedereen, zowel voor mannen als vrouwen. Zo heeft hij bijv. gezegd: 'Een volk dat geen kansen geeft aan de ontwikkeling van vrouwen, is een volk dat niet bestaat'. Voor Alevieten is de ontwikkeling van vrouwen en mannen even belangrijk. Zij vormen immers samen de mensheid. Er moet geen onderscheid gemaakt worden; mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig.
CemAlevieten houden bijeenkomsten die Cem genoemd worden. Tijdens de cem komen de mannen, vrouwen en kinderen van de leefgemeenschap bij elkaar om over verschillende onderwerpen met de dede te discussiëren, liedjes te zingen en samen een speciale dans uittevoeren, de semah genaamd.
Behalve een religieuze betekenis heeft de cem ook een sociale betekenis. Tijdens de cem worden onderlinge geschillen in de gemeenschap besproken en opgelost en wordt de eenheid en solidariteit in de gemeenschap bekrachtigd. De religieuze leider van de gemeenschap, de dede, die het best omschreven kan worden als een enkeling, die nog het meest lijkt op een dorpswijze, vervult tijdens de cem een belangrijke rol. Tijdens de cem wordt er onder andere over de Alevitische leer gesproken, worden er religieuze liederen, begeleid door een of meer Bağlama gezongen, en wordt de semah (een religieuze, rituele dans, die verschillende vormen kent met elk een bijzondere betekenis) door mannen en vrouwen samen gedanst. Ook buiten het kader van de cem nemen de liederen, begeleid door de saz een belangrijke plaats in bij de Alevieten.
Vier Deuren en Veertig TredenDe basis van Alevitisme is "Vier Deuren en Veertig Treden".
Volgens het Alevitische geloof dient ieder mens ernaar te streven om Volmaakt Mens te worden. Om Volmaakt Mens te worden, moet men de Vier Deuren en Veertig Treden doorgaan.
De Vier Deuren zijn:

Seriat
Tarikat
Marifet
Hakikat

Elke Deur heeft tien Treden. Als iemand de Alevitische levensbeschouwing wil aanhangen, dan moet hij eerst een gelofte afleggen. Iemand die dat gedaan heeft noemt men Talip. Een Talip leert de principes van de Alevitische leer/weg van een Rehber (letterlijk vertaald: een wegwijzer, gids). Een Talip moet zoals elke Aleviet zijn "handen, tong en lendenen beheersen". De Weg afleggen betekent ingewijd worden in de mystieke Alevitische leer, dat wil zeggen in de betekenis ven de Vier Deuren en Veertig Treden. De Vier Deuren en Veertig Treden zijn derhalve te beschouwen als stadia op weg naar perfectie.
Seriat is de eerste deur. Het gaat hier om de puur- en goedheid. Het gaat niet om de vorm of om de uiterlijkheid van de regels en de wetten (Seriat) van de Islam, maar om het diepgaande, het leren van puurheid, zuiverheid en goedheid van de mystieke leer.
De Tien Treden van Seriat:
1. Leren lezen en schrijven, voor de Mursid (wegwijzer/gids ook dede genoemd) beloven dat je aan alle regels zult houden. 2. Je goede verstand gebruiken om via de weg van het "goede" (gönül) zichzelf te kennen en op deze wijze proberen God in je wezen te vinden. 3. Niet vanuit een "vormgedachte" (zahir), maar vanuit een "innerlijke gedachte" (batini) bidden. 4. Je gedachten en hart reinigen van vijandige daden en verboden zaken. 5. Gelofte afleggen (de weg van Alevieten intreden) en je behoeden voor kwade gedachten en daden. 6. Geen schade toebrengen aan levende wezens en de natuur. 7. Kennis hebben van alle normen en waarden van de Weg. 8. Tegen mensen zachtaardig zijn en hen met liefde bejegenen. 9. Zorgdragen voor het schoonhouden van jezelf en je omgeving. 10. Toenadering zoeken tot God. Tarikat is de tweede deur. De Tien Treden van Tarikat zijn:
1. Aan een dede (gids/wegwijzer) verbonden zijn, intomen c.q. beheersen van je verlangens. 2. Het onderwijs volgen dat je gedachten en gedrag verder ontwikkelt. 3. Opheffen van het verschil tussen de seksen, beseffen dat man en vrouw gelijk zijn. 4. De weg van "goedheid" bewandelen (bijv. behulp- en zorgzaam zijn), nuttig zijn voor de mensheid. 5. Daden doen die de mensheid dienen, en deze zien als de weg die ook leidt tot God. 6. De mens en natuur die de weerspiegeling van God zijn, behoeden voor zaken die schade kunnen aanrichten. 7. Geloven dat bij de gratie van God (door in je zelf te zoeken) alles goedkomt en nooit je vertrouwen hierin verliezen. 8. Zoeken naar kennis/wetenschap, leren van de ervaringen van anderen en van alles lering trekken. 9. God en heilige personen binnen het Alevitisme met liefde bejegenen. 10. Zich innerlijk arm voelen en geen hoge dunk van je zelf hebben. Marifet is de derde deur. De Tien Treden van Marifet zijn:
1. Je verlangens beheersen, dus je handen, tong en lendenen beheersen; geen slechte daden verrichten. 2. Afstand houden van egoisme en geen haat en wrok koesteren. 3. Leefregels aanhouden als het gaat om wereldse zaken die genot geven. 4. Je beheersen bij boosaardige zaken en je volwassen opstellen. 5. Vermijden van ongeschikte handelingen en gedragingen. 6. Het delen van kennis met de gemeenschap zien als gebed. 7. Geloven in de verhevenheid van wetenschap; met het goede verstand het universum omarmen. 8. Nederig zijn om te kunnen luisteren en je te kunnen overgeven aan God. 9. Jezelf kennen: een mens die een klein universum is kennen. Zien dat een groot Universum bestaat. In het verlengde hiervan beseffen dat alle geheimen van God in de mens verborgen zijn. 10. Het niveau van "volle ontwikkeling" bereiken en voelen dat de goddelijke Waarheid in wezen een is met jezelf. Hakikat is de vierde en laatste deur. De Tien Treden van Hakikat zijn:
1. De aarde onder ieders voeten worden en de tevredenheid van God verdienen. 2. Zonder onderscheid te maken op het gebied van religie, taal, etniciteit, levensbeschouwing en sekse, alle mensen als gelijke zien. 3. Binnen je vermogen alle diensten verlenen aan de mensheid; een zendende/gevende persoon zijn. 4. Je ogen sluiten voor de schaamte van anderen; "verbergend" zijn. 5. Alle wezens zien als deel van de Eenheid van het Zijn (Vahdet-i Vücut, Varligin Birligi). In het verlengde hiervan liefde tonen aan het levende en niet-levende; het verlenen van diensten zien als gebed. 6. De drie Eenheden van het Zijn: God, Mens en Universum, wat in de geloofsleer van de Werkelijkheid van het Zijn (Vahdet-i Mevcut, Varligin Mevcudu) wordt genoemd als Een, kunnen zien als God. 7. De betekenis kennen, het Geheim leren: De innerlijke kennis (batin bilgisi) gebruiken om de Waarheid (Hakikat) te bereiken. Van je verlangens loskomen om God in je wezen te vinden. Afstand houden van degenen die het Geheim van de Waarheid niet hebben doorgrond. Het Geheim geheim houden. 8. Met God een worden. 9. De schoonheid van de Waarheid overbrengen aan volgende generaties en aan andere volken. 10. In elk hart -dat gezien wordt als "huis van God"- luisteren naar en overleggen met God; met de Goddelijke geheimen en waarheden het Goddelijke Universum bezichtigen.
Externe links
Alevi Yolu Gazetesi
www.yoltv.eu
www.Alevi.nl
www.Aleviyol.com
www.Alevi.com
'Vier Deuren en Veertig Treden'

Reacties: Een reactie plaatsen





<< Startpagina

Aanmelden bij Berichten [Atom]